Verzekeraars móesten wel beleggen in Nederlandse bedrijven

  • Olaf Boschman
  • 09 juni 2017

Minister Kamp vindt verzekeraars een voorbeeld voor pensioenfondsen, omdat ze veel meer beleggen in Nederland. Maar de cijfers die hij noemde om dit te illustreren, geven een vertekend beeld. Bovendien heeft de grotere allocatie in Nederland een reden: wetgeving.


Miko is een van de merken van Unilever. Toen Unilever dreigde te worden overgenomen, sprong PME op de bres voor het Nederlands-Britse concern. Foto Reuters

Volgens minister Kamp van Economische Zaken (EZ) kunnen pensioenfondsen meer in Nederland beleggen dan ze nu doen. Dit is goed voor de Nederlandse economie en het kan beursgenoteerde Nederlandse bedrijven helpen die in buitenlandse handen dreigen te komen, zoals Unilever en AkzoNobel. ‘We hebben in Nederland enorme bedragen zitten in pensioenfondsen’, zei Kamp vorige maand in het televisieprogramma Buitenhof. ‘Wat is er nou tegen om een deel van dat geld te gebruiken om een stabiliserende factor te zijn in de woelige internationale economie en ook te investeren in je Nederlandse internationale bedrijven? Ik zou me er heel prettig bij voelen als pensioenfondsen in de eerste plaats kijken naar rendement, maar als ze ook kijken naar het rendement vanuit het Nederlandse belang. Als je een sterke economische structuur in Nederland in stand houdt, dan is dat een goede basis voor een pensioenuitkering.’ Martin van Rooijen

De opmerkingen van Kamp schoten Kamerlid Martin van Rooijen (50Plus) in het verkeerde keelgat: het kabinet oefent druk uit op pensioenfondsen om andere belangen dan rendement te laten meewegen.

Directe versus indirecte beleggingen

De minister maakte in reactie hierop een vergelijking tussen de beleggingen van pensioenfondsen en verzekeraars. ‘Nu gaat van al het geld dat Nederlandse pensioenfondsen in beursgenoteerde bedrijven steken, 2% naar Nederlandse beursgenoteerde bedrijven. De verzekeraars die ook een groot deel van onze pensioenfondsen beheren, steken bijna 30% van hun investeringen in beursgenoteerde bedrijven in de wereld in Nederlandse beursgenoteerde bedrijven.’

Deze percentages geven een vertekend beeld, leert navraag bij EZ. Het gaat bij de verzekeraars namelijk om de directe en bij pensioenfondsen om de indirecte beleggingen, via participaties in beleggingsinstellingen. EZ kan niet uitleggen waarom dit is gedaan. Volgens een woordvoerder heeft DNB de cijfers rechtstreeks aangeleverd. DNB laat weten dat het geen uitspraken doet over ministers.

Feit is dat de directe beleggingen van pensioenfondsen met 3% hoger zijn dan de indirecte beleggingen. Dan is het verschil met de verzekeraars nog steeds groot, maar is de vergelijking in elk geval zuiverder.

Verder noemde de minister cijfers van het derde kwartaal van 2016, terwijl sinds medio maart al cijfers van eind 2016 beschikbaar zijn. Toen bedroegen de directe beleggingen van verzekeraars geen 30%, maar 27%. Bij pensioenfondsen was dit (afgerond) nog steeds 3%.

In een blog maakte directeur Gerard Riemen van de Pensioenfederatie zich boos over de opmerkingen van Kamp. Hij ziet die als framing. Nu is framing volgens hem core business voor politici, maar hij krijgt er toch een ongemakkelijk gevoel bij. Of de percentages die Kamp noemde nu wel of niet precies kloppen interesseert hem eigenlijk niet, aldus Riemen in een telefonische toelichting. Het feit dat Pensioen Pro navraag doet naar de cijfers bewijst volgens hem hoe onduidelijk het is hoeveel pensioenfondsen investeren in Nederland. Gerard Riemen

Overigens steken pensioenfondsen in absolute bedragen wel meer in Nederlandse aandelen dan verzekeraars. Om het bij de directe beleggingen te houden: eind 2016 was dit €4,4 miljard van pensioenfondsen en  €3,4 miljard van verzekeraars. Geframed: pensioenfondsen beleggen ruim 30% meer direct in Nederlandse aandelen. Bij de indirecte beleggingen is deze vergelijking niet mogelijk, omdat DNB daarvan voor verzekeraars geen uitsplitsing maakt. Indirect steken pensioenfondsen in elk geval nog eens €4,4 mrd in Nederlandse bedrijven.

De precieze getallen laten onverlet dat pensioenfondsen inderdaad een kleiner deel van hun beleggingen wegzetten in Nederland dan verzekeraars. Dat geldt voor alle beleggingen, dus niet alleen voor de beursgenoteerde aandelen die nu in de schijnwerpers staan. Drie jaar terug riep Kamp pensioenfondsen ook al op meer geld in de Nederlandse economie te steken. Ook toen stelde hij verzekeraars als voorbeeld: die steken 43% van hun vermogen in Nederland; pensioenfondsen blijven steken op 14%.

Wetgeving

De vraag is vervolgens waarom verzekeraars meer in Nederland beleggen. Een verklaring die wel klinkt is dat pensioenfondsen te groot zijn om substantieel meer in bijvoorbeeld Nederlandse aandelen te beleggen. Volgens directeur Rients Abma van Eumedion is de verklaring simpeler. Dat heeft gewoon te maken met verschillen in wetgeving, zei hij vorige week donderdag in de Tweede Kamer. Abma deed dit in een hoorzitting over de bescherming van Nederlandse bedrijven.

‘Verzekeraars waren tot 1 januari 2016 nog onderhevig aan Solvency I, ze waren tot die tijd verplicht om de voorzieningen die in euro’s luiden ook te beleggen in euro’s. Dus ze mochten helemaal niet in dollars of in andere munteenheden beleggen.’ Het beleggingsuniversum is dan veel kleiner en dus is het logisch dat er een groter deel terechtkomt in Nederland. Bij pensioenfondsen verdwenen de restricties al in de jaren negentig, aldus Abma. De beperkingen voor verzekeraars staan in de Derde levensrichtlijn.

In een toelichting geeft hij ABP als voorbeeld. Tot 1996 gold er een maximum aan de beleggingen in het buitenland en aan beleggen in aandelen. ‘In de praktijk betekende dit dat ABP tot 1996 nagenoeg alleen in Nederlandse aandelen mocht beleggen. Nederlandse pensioenfondsen hebben na het afschaffen van de beleggingsrestricties veel buitenlandse aandelen gekocht, ten koste van het bezit van Nederlandse aandelen.’ De afbouw kwam in een stroomversnelling na de introductie van de euro, vervolgt hij. Toen viel namelijk het valutarisico in de eurozone weg.

Abma zegt verder dat pensioenfondsen, gelet op de marktkapitalisatie van beursgenoteerde bedrijven, nog altijd overwogen zijn in de Nederlandse economie. Van Rooijen wees daar eerder ook op. Bovendien betwijfelt hij of directe aandelenbeleggingen veel bijdragen aan de Nederlandse economie. Meer dan 80% van die investeringen verdwijnt naar het buitenland. Het is dan beter om direct te investeren in infrastructuur, duurzame projecten en huurwoningen en scholen.

© Sat Jun 24 09:03:54 CEST 2017 Pensioen Pro. Alle rechten voorbehouden.