Verlagen hoge rendementen in herstelplan kan leiden tot kortingen

  • Maarten van Wijk
  • 14 juni 2017

DNB klaagt over maximale rendementen in herstelplannen, maar verlagen daarvan is niet zo eenvoudig. Prudentere rendementen zijn mooi, maar niet als ze leiden tot een korting op de pensioenen.


Pensioenfonds Detailhandel verlaagde rendement in herstelplan. Foto HH

DNB waarschuwde vorige maand voor hoge rendementsverwachtingen die fondsen in herstelplannen hanteren. Die vormen een risico, aldus de toezichthouder. Mogelijk worden de doelen niet gehaald, waardoor deelnemers teleurgesteld raken vanwege langer uitblijvende indexatie of zelfs kortingen.

Adviseurs herkennen het beeld: fondsen gebruiken hoge verwachte rendementen in hun herstelplannen, vaak zelfs de maximale die wettelijk zijn toegestaan, onder meer 7% voor aandelen.

Die prognoses zijn wel erg rooskleurig, menen ook de adviseurs. ‘Bij een aandelenrendement van 7% is dus een risicopremie van 7% ingerekend, bij de negatieve eenjaarsrente. Behoorlijk optimistisch’, aldus Marc Heemkerk (Mercer). Marc Heemskerk

De wettelijke parameters zijn in 2014 vastgesteld. ‘Als ze anno nu vastgesteld zouden worden, zouden ze lager zijn’, meent Wichert Hoekert (Willis Towers Watson). ‘De rente is lager en daarmee dus het rendement op vastrentende waarden. Het verwachte rendement op aandelen moet ook dalen, als je uitgaat van gelijkblijvende risicopremie.’

De wettelijke parameters worden echter pas in 2020 herzien. Ondertussen zijn de maximale parameters nog gewoon toegestaan, met het genoemde risico op tegenvallers. 

Korting veroorzaken

Maar de prognoses verlagen gaat niet zomaar. Daarmee kunnen fondsen een korting over zichzelf afroepen. Met een lager rendement is het immers denkbaar, dat er in tien jaar tijd geen herstel tot het vereist eigen vermogen (rond 120% dekkingsgraad) mogelijk is. Daartoe wil geen enkel pensioenfonds besluiten.

Is het evenwichtig om dan in dat geval toch de maximale rendementen te hanteren – al lijken die te hoog? Wordt een noodzakelijke korting dan niet uitgesteld, ten koste van jongeren?

‘Korten is een noodmaatregel. Niet bedoeld als maatregel voor besturen die hun rendement prudent vaststellen’, reageert Heemskerk. ‘Het is vreemd als een fonds met 100% dekkingsgraad gaat korten. Je bent dan aan het verlagen, omdat je anders niet op tijd een buffer kunt opbouwen. Maar die buffer is juist bedoeld om kortingen te voorkomen. En om indexatie te geven.’

Als een te optimistisch herstelplan niet wordt gehaald, heeft dat niet direct gevolgen. Er wordt immers jaarlijks een nieuw herstelplan gemaakt voor de volgende tien jaar. Een fonds kan in feite oneindig in herstel blijven zitten, zolang het boven de 105% dekkingsgraad zit. Heemskerk: ‘In dat geval is er geen geld voor indexatie. Voor een echte crisissituatie is er de kortingsmaatregel als het fonds vijf jaar onder 105% zit.’

Volgens Hoekert is rendementsverlaging en direct korten evenwichtig als de dekkingsgraad onder de 100% zit. ‘Er botsen echter principes. Het ene principe is evenwichtigheid. Het andere is dat korten een ultimum remedium is. In de praktijk krijgt dat laatste prioriteit.’

Onnodig

Er zijn geen fondsen bekend die hebben gekort als gevolg van verlaging van prognoserendementen. Mike Pernot (Aon Hewitt) merkt op dat DNB zoiets niet per se accepteert, terwijl het dezelfde instantie is die waarschuwt dat de prognoses zo hoog zijn. ‘Wij hebben een klant die ooit voor het eerste jaar van het herstelplan rekende met 0% rendement – het bestuur voorzag een slecht jaar. DNB heeft het fonds dat afgeraden, omdat dat betekent dat er al eerder moet worden gekort, mogelijk onnodig.’

Dit incident was jaren geleden, nog onder het oude ftk. Hoe zou DNB er nu naar kijken? Mike Pernot

Vorige maand, bij de persconferentie over herstelplannen, wilde DNB-directeur Frank Elderson, ook bij herhaald vragen, niet zeggen dat fondsen de volgens DNB 'hoge' prognoses ook echt moeten verlagen. De toezichthouder legde sterk de nadruk op communicatie: deelnemers moeten weten wat de kansen zijn op indexatie en korting.

Een woordvoerder benadrukt bij navraag dat de verwachte rendementen de verantwoordelijkheid zijn van het fondsbestuur. Mag een korting dan volgen uit verlaagde prognoses? 'DNB beoordeelt het kortingsbeleid in het licht van evenwichtigheid en consistentie van het beleid', aldus de woordvoerder. De gehanteerde rendementen worden, zolang ze binnen de wettelijke maxima vallen, beoordeeld 'binnen het totale plaatje.'

Interessant genoeg hanteerde ook het pensioenfonds DNB vorig jaar maximale rendementen in het herstelplan, blijkt uit het onlangs gepubliceerde jaarverslag 2016. De keuze is gemaakt omdat volgens het bestuur ‘kortingen voor iedereen slecht zijn en daarom als ultimum remedium ingezet dienen te worden.’ Het fonds DNB was begin 2017 alweer uit herstel.

Voorzichtige rendementen

Toch zijn er fondsen die ook in hun herstelplannen rekenen met prudentere verwachtingen, of die ze onlangs hebben verlaagd. Hoekert schat dat een kwart van de tachtig fondsen die Willis Towers Watson adviseert niet-maximale rendementen hanteert.

Een voorbeeld is pensioenfonds Detailhandel. ‘De rendementen in ons herstelplan zijn gelijk aan die in ALM-studies en die zijn niet maximaal. Ze worden jaarlijks aangepast en zijn dit jaar nog iets verlaagd. We staan er als fonds relatief goed voor, dus we hebben met het prudente rendementen toch voldoende herstelkracht’, aldus Ard de Wit van het bestuursbureau. Wichert Hoekert Wichert Hoekert

De vraag komt nog wel op, of het verwachte rendement verhoogd moet worden, als blijkt dat herstel niet wordt gehaald. ‘De principiële discussie daarover is bij heel wat fondsen gevoerd vorig jaar. Voor de Trumprally zag het vorig jaar immers slecht uit’, aldus Hoekert. ‘Fondsen moeten zich de vraag naar evenwichtigheid stellen bij hoge rendementsverwachtingen. Maar een fonds heeft ook wat uit te leggen als niet-maximale prognoserendementen een korting tot gevolg hebben.’

Bpf Detailhandel wil niet speculeren over de vraag, of het de prognoses weer zou verhogen, geconfronteerd met een korting. 'In die situatie zitten we niet.' 

Rendement in premie versus herstelplan

Opvallende is dat de rendementen in herstelplannen soms afwijken van de rendementen die worden gebruik bij de vaststelling van de premie. Bij Detailhandel is de premie bijvoorbeeld wel gebaseerd op maximale rendementen. Het fonds kende vorig jaar al een premiestijging, als gevolg van het beëindigen van de vaste premierekenrente. Het wilde de premie niet nog meer verhogen, door de rendementen prudenter te maken.

Bij ABP is het andersom. Het ambtenarenfonds stapte dit jaar af van maximale parameterrendementen in de premie. De premie steeg daardoor. Diezelfde wijziging is niet doorgevoerd bij het herstelplan. Daar gebruikt het fonds nog wél de wettelijke maxima.

Is dit geen vreemde discrepantie? ‘Wettelijk mag het. Je kunt één toekomstvisie hebben met een bandbreedte’, zegt Hoekert.

Een lager rendement in de premie leidt tot hogere premie; een lager rendement in het herstelplan leidt tot trager herstel op papier en mogelijk een korting. Hoekert: ‘Fondsen kunnen redeneren: voor de premie moeten we prudent zijn, want we willen een premietekort voorkomen. Voor het herstelplan gaan we hoger in het spectrum zitten, omdat ze korten willen voorkomen.’

Pernot ziet de rendement in de premie vooral als een instrument. ‘Een lager rendement is in feite alleen een manier om de premie te verhogen.’

ABP noemt de langere horizon van nieuwe aanspraken als reden om daar bijgestelde lagere rendementsverwachtingen te hanteren. Detailhandel zegt wel gesproken te hebben over de discrepantie en de onderbouwing van de verschillende rendementen. Het verwacht rendement in de premie wordt nog wel herijkt, zegt dit fonds, halverwege de periode waarvoor de premie vaststaat (vijf jaar). Maar uiteindelijk, meent ook Detailhandel, hebben beide sets aannames een ander doel en een andere horizon. ‘Daarmee wijken ook de afwegingen af’, aldus De Wit.

© Sat Jun 24 09:05:22 CEST 2017 Pensioen Pro. Alle rechten voorbehouden.