Rente raakt elk pensioenstelsel

  • Olaf Boschman
  • 04 mei 2017

Rentegevoeligheid verdwijnt niet bij de overstap naar een ander pensioenstelsel. Het probleem van renteafdekking bij een premieregeling is in essentie hetzelfde als bij een uitkeringsovereenkomst. En valt net zo goed te beheersen.


De rekenrente die pensioenfondsen gebruiken voor het vaststellen van hun verplichtingen, moet meer rekening houden met de rendementen die fondsen halen, betoogde PvdA-senator André Postema in Pensioen Pro. Hij denkt dat dit de rentegevoeligheid van het pensioenstelsel kan verminderen.
 

Die rentegevoeligheid is de partij al langer een doorn in het oog. Roos Vermeij, de afgelopen vier jaar pensioenwoordvoerder voor de PvdA in de Tweede Kamer, noemde het een pijnlijke constatering d at het stelsel na aanpassing van het financieel toetsingskader nog altijd rentegevoelig is.
 

Als alternatief voor het aanpassen van de rekenrente opperde Postema het overstappen op individuele potjes, zoals D66 wil. Dan verdwijnt de rentegevoeligheid in elk geval in de opbouwfase, zei hij. De rente speelt dan alleen nog een rol bij de omzetting van opgebouwd kapitaal in pensioenuitkeringen. Voor de duidelijkheid: de PvdA is daar geen voorstander van.
 

Allocatie van risico
 

Maar premieregelingen zijn net zo goed rentegevoelig, zo concludeerde het CPB bij onderzoek naar de rentegevoeligheid van andere pensioenstelsels. In hetzelfde onderzoek logenstraft het CPB ook de verwachting van Postema: bij een andere rekenrente neemt de rentegevoeligheid van uitkeringsovereenkomsten nauwelijks af.
 

Voor financieel econoom Ilja Boelaars is dat een logische uitkomst. Rentegevoeligheid is inherent aan beleggen voor de lange termijn, zegt hij. Boelaars promoveert aan de Chicago School of Economics. Daar onderzoekt hij onder meer de verschillen tussen collectieve en individuele pensioenregelingen.
 

‘Voor een pensioenfondsbestuurder is rentegevoeligheid vooral de rente die wordt gebruikt voor verplichtingen. Als econoom denk je meer aan het risico dat in de toekomst de verwachte rendementen lager zullen zijn. Beleggers zijn niet alleen geïnteresseerd in de risicovrije rente, maar in alle rendementen. De risicopremies op aandelen kunnen bijvoorbeeld afnemen. Voor langetermijnbeleggers is dat ook een belangrijk risico, omdat ze hun vermogen steeds moeten herbeleggen. De vraag is tegen welk verwacht rendement je dat doet.’
 

Iedereen die iets opzij wil zetten voor de oude dag is langetermijnbelegger en moet daar rekening mee houden, vervolgt hij. ‘Je bent nu eenmaal onderworpen aan veranderingen in langetermijnrendementen. Dat los je niet op met regelgeving. Je kunt met de regels alleen de allocatie van risico binnen een collectief veranderen.’
 

Goud als bescherming
 

Als voorbeeld geeft Boelaars het aanpassen van de rekenrente bij uitkeringsovereenkomsten. Het kan zijn dat dit de verdeling van het risico verbetert, maar het totale risico blijft gelijk. Anders dan Postema is Boelaars, als lid van D66, wél voorstander van individuele potjes. ‘Met parameters die per definitie subjectief zijn, proberen we nu een collectieve pot te verdelen. Daar kom je dus nooit uit. De parameters blijven belangrijk voor het beleggingsbeleid bij individuele rekeningen, maar dan alleen voor de inrichting van de beleggingsportefeuille.’
 

Vervolgens is de vraag hoe je de risico’s zo goed mogelijk afdekt. In essentie werkt dit bij uitkerings- en premieovereenkomsten hetzelfde, zegt hij. Wel is er bij een premieovereenkomst, anders dan bij een uitkeringsovereenkomst, geen precies omschreven verplichting meer. ‘Het probleem is dan het risico dat rendementen in de toekomst in het algemeen lager uitvallen.Beleggers moeten producten zoeken die daar enigszins tegen beschermen. Langetermijnobligaties zijn een voorbeeld. We weten dat die goede bescherming bieden tegen dalingen in rentes.’ Ook bij het bepalen welke producten goede bescherming bieden, komt geloof kijken. ‘Sommige mensen zien goud als goede bescherming.’
 

Swaps
 

Volgens het CPB zijn er in een uitkeringsovereenkomst wel meer mogelijkheden voor renteafdekking. Het pensioenresultaat kan daardoor 13%-punt hoger uitvallen, schreef het planbureau eind vorig jaar in een vergelijking van drie pensioencontracten.
 

Onderzoeker Marcel Lever verklaarde dit verschil uit het gebruik van renteswaps, bovenop renteafdekking met obligaties. Volgens hem is het niet gebruikelijk om swaps te gebruiken bij individuele contracten. Nader onderzoek moet uitwijzen of het kan.
 

Hoogleraar risicomanagement Theo Kocken stelt dat dit wél mogelijk is. Boelaars zit op de lijn van Kocken: het lijkt hem onwaarschijnlijk dat dit niet kan. Bovendien is het volgens hem de vraag of swaps nodig zijn. Boelaars verwijst naar een eigen concept-paper waarin een deelnemer met een individueel contract zónder swaps een beter resultaat haalt dan het collectief.
 

Rente per cohort
 

De rentegevoeligheid blijft na overstap op individuele potjes, maar een belangrijk voordeel is volgens Boelaars wel dat het beleggingsbeleid daar per leeftijdsgroep kan verschillen. ‘Met de collectieve fondsen in het huidige contract moet je één beleggingsbeleid uitvoeren. Het ftk bepaalt dan hoe het risico neerslaat bij de individuele deelnemers. Als bestuurder kan je dit risico niet helemaal perfect sturen. Dat lukt beter als je in cohorten denkt. Je beleggingshorizon is heel bepalend voor het renterisico dat je hebt. Je zou je beleid daar per cohort op willen aanpassen. De risico’s zijn hetzelfde, maar bij individuele potten heb je meer knoppen om het beleid op in te stellen.’
 

Voor het overgrote deel van de deelnemers is de rentegevoeligheid van premieovereenkomsten voorlopig helemaal geen issue. Zij bouwen pensioen op in een verplicht gestelde uitkeringsovereenkomst. Het huidige kabinet mikt erop dat de stelselherziening die dit mogelijk verandert in 2020 kan starten. Boelaars houdt er rekening mee dat dit langer duurt. ‘Ik denk dat het een doormodderscenario wordt.’