‘Als student had ik al een Europese blik’

  • Gwen van Loon, Fotografie Peter Strelitski
  • 04 mei 2017

Hans van Meerten (42), afkomstig van Clifford Chance, is sinds april partner bij advieskantoor Westerbrink. Hij blijft daarnaast hoogleraar internationaal pensioenrecht aan de Universiteit Utrecht én advocaat.


Wat wilde je vroeger worden?
 

‘Tot een jaar of negen: vrachtwagenchauffeur. Het leek me heerlijk overal naar toe te kunnen rijden. Het gevoel van vrijheid zat er vroeg in. In mijn studietijd belandde ik bij toeval op de rechtenfaculteit in Amsterdam. Die keuze was uit nood geboren; er was geen plek bij economie in Groningen. Dat was mijn oorspronkelijke plan.’
 

Hoe raakte je verzeild in Europese pensioenen?
 

‘Na mijn studie ging ik als aio aan de slag op de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Ik was jong en wilde niet meteen gaan werken. Door in de wetenschap door te gaan, kon ik dat uitstellen en langer op de universiteit bivakkeren. Mijn proefschrift ging over institutioneel Europees recht. Ook in Amsterdam had ik al een Europese blik. Een klein land als Nederland kan niet zonder groter verband. Europa is misschien niet perfect, maar er is vooralsnog geen beter alternatief.’
 

Je bent een voorvechter van de Europese Unie.
 

‘Ik vind dat ik een opiniërende rol moet vervullen. Er bestaan zoveel misverstanden over Europa. Je hoort constant dat Europa ons van alles afneemt, dat ‘Brussel onze pensioenen steelt’. Met dat soort uitspraken kun je in de Tweede Kamer terechtkomen, zelfs zonder onderbouwing. Daarom wil ik de kaders juist schetsen.’
 

Waarom heb je gekozen voor Westerbrink?
 

‘Ik wil met de toekomstvraag bezig zijn: hoe richten we het pensioenstelsel slim in? Die rol kan ik bij Westerbrink uitstekend vervullen. Mijn overstap was geen verrassing voor Clifford Chance. We bespraken al dat ik geen klassieke advocaat ben, toen ik er aan de slag ging. Na vijf jaar voelde ik me minder thuis in de dagelijkse praktijk.’
 

Wat wordt je rol bij Westerbrink?
 

‘Ik zal veel contact hebben met partijen in de tweede pijler over hun toekomststrategie. Ook ga ik kijken hoe uitvoerders individuele pensioenproducten kunnen aanbieden als gevolg van de aanstaande PEPP-wetgeving (Personal European Pension Product). Ik bekijk alles met een Europese bril en vanuit het perspectief van de deelnemers, bijvoorbeeld bij internationale waardeoverdracht. Nu mag je je Franse pensioenpot niet overhevelen naar Nederland als je hier komt werken. Dat kan pas als je pensioengerechtigd bent. Er staat nog veel te gebeuren op het vlak van internationale pensioenen.’
 

Leeft pensioen voldoende onder Nederlanders?
 

‘Niet genoeg. Ik heb laatst in een hoorcollege gecheckt of mijn studenten wisten hoe pensioenen werken. Aan wie je geld afdraagt, waarom en hoeveel? Ze hadden geen idee. Ze hebben er nooit iets over geleerd: niet op school, niet van hun ouders. Onbegrijpelijk, en een groot probleem.’
 

Laat je de advocatuur achter je?
 

‘Ik blijf graag betrokken bij zaken voor pensioendeelnemers die voor hun belangen opkomen. Ik wil ook zelf zaken oppakken in de rechtszaal. En ik blijf andere advocaten assisteren, zoals ik deed bij Jan-Koen Sluijs van Coupry in de zaak van de verloskundige die een verbod eiste op de korting van haar pensioen. Dat is in strijd met het Europees eigendomsrecht.’
 

Dat belooft een drukke agenda.
 

‘Het wordt schipperen. Ik ga vier dagen per week aan de slag voor Westerbrink en blijf één dag hoogleraar. Advocaat zijn, dat moet dan maar in het weekend… Alle gekheid op een stokje: ik hoop mijn tijd flexibel in te delen. In het weekend wil ik ook tijd hebben voor mijn gezin. Mijn hobby gitaarspelen schiet er bij in, vrees ik. Als ik speel, wil ik er goed in zijn. Dat typeert me: alles of niets.’