Van de redactie

  • André de Vos
  • 04 mei 2017


Het Groot Nederlands Rentedebat in maart was het drukste voorjaarscongres van Pensioen Pro ooit. Rente houdt de gemoederen bezig. De historisch lage rente dwingt economen tot diep nadenken. Is het de schuld van Draghi, het na-ijleffect van de kredietcrisis of het logische gevolg van vergrijzing en (te) grote spaarzin? En spannender: waar gaat de rente naartoe?
 

Verder omhoog, hoopt de pensioenwereld. Dan stijgen de dekkingsgraden en vermindert de dreiging van kortingen. Mogelijk kruipen de politici die roepen om een andere rekenrente of een compleet nieuw stelsel dan weer in hun hok. En misschien kan de geplaagde sector dan het vertrouwen van de maatschappij herwinnen.
 

Maar met een stijgende rente dienen zich nieuwe dilemma’s aan. Hogere rente kan leiden tot dalende beurzen en gaat waarschijnlijk gepaard met een stijgende inflatie. En dan is de paradox die de gewone werknemer nu zo verbijstert precies omgekeerd: de fondsen worden armer, de nominale pensioenen worden minder waard, maar hun pensioenfonds krijgt een mooier rapportcijfer.
 

Rentegevoeligheid is voor pensioenfondsen een fact of life. Pensioen betekent nu eenmaal beleggen voor de zeer lange termijn en dan heeft de rente per definitie veel invloed. Speculeren op een daling of stijging is levensgevaarlijk, dus proberen fondsen de risico’s beide kanten op zoveel mogelijk te beperken. Een stelselwijziging zal de rentegevoeligheid van de pensioensector niet verminderen.
 

De sector moet wel uitkijken dat ze niet te veel door de rente wordt geobsedeerd. Pensioenfonds Delta Lloyd dankt zijn goede dekkingsgraad aan de hoge renteafdekking waartoe in 2006 werd besloten. Pensioenfonds Rabobank scoorde goed dankzij een complexe renteafdekking met risicovolle swaptions. Contraire gedachten destijds, toen aandelen als het grootste risico golden. Het risico van vandaag is niet per se dat van morgen.