Weg met achterhaald fiscaal keurslijf voor ppi’s

  • Jan Willem Hoitsma, Directeur van Brand New Day
  • 04 mei 2017

De meeste fiscale voorschriften voor premieregelingen zijn gebaseerd op het fiscale kader voor uitkeringsregelingen. Jan Willem Hoitsma vindt dat een achterhaald keurslijf. De politiek moet naar één eenvoudig kader dat onafhankelijk is van het type regeling.


Het ministerie van Financiën publiceerde begin dit jaar een nieuw staffelbesluit. De belangrijkste verbetering is dat premiepensioeninstellingen (ppi’s) voortaan ook beschikbarepremieregelingen op basis van de kostprijs van een middelloonregeling mogen uitvoeren: de zogenoemde marktrentestaffels.
 

Tot voor kort mochten ppi’s geen marktrentestaffels voeren, omdat de hoogte van de premie daarin wordt gebaseerd op de actuariële kostprijs van een middelloonregeling. En, zo was de gedachte, ppi’s kunnen die kostprijs niet bepalen, omdat ze niet mogen verzekeren. Gelukkig is de staatssecretaris van Financiën tot het inzicht gekomen dat ppi’s ook langs andere weg de kostprijs van een middelloonregeling kunnen bepalen.  
 

Dit is de uitkomst van een geslaagde lobby van de Vereniging van Premiepensioeninstellingen, waarvan Brand New Day PPI een van de initiatiefnemers is. Het resultaat: een gelijker speelveld tussen pensioenverzekeraars en ppi’s bij de uitvoering van premieregelingen. Goed nieuws voor werkgevers, omdat ze meer keuzemogelijkheden krijgen om premieregelingen onder te brengen bij transparante, goedkope aanbieders zoals ppi’s.
 

Het slechte nieuws is dat aan het gebruik van marktrentestaffels allerlei strenge, lastig uit te leggen regels zijn verbonden, die de uitvoering ervan nodeloos complex maken. Zo moet de uitvoerder op vaste momenten toetsen of het pensioenkapitaal niet het niveau van een fiscaal maximale middelloonregeling overstijgt. Is dat het geval, dan moet het overschot worden afgeroomd ten gunste van pensioenuitvoerder of de werkgever. Dat is natuurlijk niet uit te leggen aan een pensioendeelnemer: juist als zijn beleggingen het goed doen, moet het overschot worden ingeleverd bij pensioenuitvoerder of werkgever.
 

Die ingewikkelde spelregels zijn het gevolg van het achterhaalde fiscale keurslijf waaronder ppi’s vallen. Dat fiscale kader voor db-regelingen is niet meer van deze tijd en past ook niet bij eenvoudige en transparante premieregelingen zoals ppi’s die uitvoeren. De fiscale afroomverplichting bij marktrentestaffels druist volledig in tegen recente ontwikkelingen op het gebied van premieregelingen. Die ontwikkelingen beogen juist het beleggingsrendement in premieregelingen te maximaliseren. Denk aan de komst van goedkopere en efficiëntere uitvoerders, betere lifecycles en de verlenging van de beleggingshorizon met doorbeleggen na de pensioendatum.
 

Wij hopen dan ook dat de openstelling van de maximale fiscale premieruimte voor ppi’s opmaat vormt naar een nieuw regeling-neutraal fiscaal kader. De echte doorbraak is als de wetgever eindelijk eens de fiscale koppeling tussen premieregelingen en db-regelingen loslaat en niet de (fictieve) hoogte van de opgebouwde pensioenaanspraken, maar de hoogte van de premie bepalend laat zijn voor pensioenopbouw in premieregelingen. Gewoon, een vaste leeftijdsonafhankelijke premie als percentage van de pensioengrondslag. Een vlakke premie levert de meest efficiënte beleggingen op, doordat een groter gedeelte van de premie-inleg door de langere beleggingshorizon offensiever kan worden belegd. Bovendien geeft dat geen gedoe met ongelijke behandeling naar leeftijd, zoals bij progressieve staffels.
 

Wij staan hierin niet alleen. Lees de recente Netspar-publicatie van Bastiaan Starink er maar op na. De politiek is aan zet. Bij de vormgeving van een nieuw pensioenstelsel moet de politiek nadrukkelijk oog hebben voor fiscaliteit en daarbij regelingneutraliteit, eenvoud en een level playing field voor alle typen uitvoerders en regelingen.