Bij doorbeleggen valt echt wat te kiezen

  • Olaf Boschman
  • 04 mei 2017

Vier verzekeraars bieden de mogelijkheid om met een premieregeling een variabele pensioenuitkering te kopen. Het zijn zeer verschillende producten. Zo varieert het percentage beleggingen in zakelijke waarden tussen 7,7% en 66%.


Na een lange aanloop is het sinds september vorig jaar mogelijk om beleggingsrisico te lopen in de uitkeringsfase van premieregelingen. Toen trad de Wet verbeterde premieregeling (Wvp) in werking. De wet is een samenvoeging van een initiatiefwet van VVD-Kamerlid Helma Lodders en een kabinetsvoorstel. Het idee achter de wet is dat beleggingsrisico in de uitkeringsfase kans geeft op een hoger pensioen. Pensioen is namelijk duur bij een lage rente en dat geldt zeker voor een gegarandeerde pensioenuitkering. Tot september moesten deelnemers met een premieregeling altijd zo’n gegarandeerde uitkering kopen.
 

Volgens Jeroen Koopmans van adviesbureau LCP kan een variabele uitkering voor veel mensen aantrekkelijk zijn. ‘Als je offertes voor een vaste en een variabele uitkering naast elkaar legt, dan zie je dat de variabele uitkering in het eerste jaar aanmerkelijk hoger ligt. Het is natuurlijk heel interessant als dat 20% of zelfs 35% meer is.’
 

De keerzijde is dat een variabele uitkering ook omlaag kan. ‘Als je 35% hoger begint, kun je wel een aantal jaar negatief rendement lijden, maar het kan de verkeerde kant op gaan waarbij je per saldo lager uitkomt dan bij een vaste uitkering.’
 

Risicoprofiel
 

Bij een variabele uitkering berekent de uitvoerder jaarlijks hoeveel geld een deelnemer uit zijn potje kan krijgen. Een startuitkering kan bijvoorbeeld veel hoger liggen omdat aanbieders rekenen met een uitkering die daalt, tenzij de beleggingen het verwachte rendement opleveren.
 

Het risico op een daling hangt af van het beleggingsrisico. De verzekeraars die variabele uitkeringen verkopen, hebben hier heel verschillende keuzes gemaakt. De meest risicovolle variant komt van Aegon. Dat belegt 66% van het pensioenkapitaal in zakelijke waarden en dat blijft de hele uitkeringsfase zo. Aan de andere kant van het spectrum zit Allianz. Deelnemers kunnen hier een combinatie van vast en variabel maken. In de variant met 25% variabel en 75% vast pensioen is de blootstelling aan zakelijke waarden 7,7%. In de meest offensieve variant (100% variabel) is het aandeel zakelijke waarden met 31% nog altijd een stuk lager dan bij Aegon.
 

Bij Delta Lloyd hangt de blootstelling af van het risicoprofiel van een deelnemer. Die loopt op van 15% bij defensief via 30% bij neutraal naar 45% bij een offensief profiel. De schommeling in uitkering hangt bij Delta Lloyd alleen af van de beleggingen in zakelijke waarden: voor de rest van het kapitaal koopt de deelnemer een vaste uitkering. De verzekeraar ijkt het risicoprofiel eens in de vijf jaar en past de uitkering aan bij een wijziging. Deelnemers kunnen ook zelf aangeven dat ze hun profiel opnieuw willen vaststellen, maar Delta Lloyd wijzigt maximaal eens per jaar het profiel (en dus de verhouding vast en variabel).
 

Nationale Nederlanden tot slot gaat uit van 35% in zakelijke waarden. Die 35% gaat wel naar een fonds dat een kleine 20% belegt in obligaties en liquide middelen. In vergelijking met bijvoorbeeld Allianz valt de blootstelling aan zakelijke waarden zo beschouwd lager uit.
 

Schokbestendig
 

Een opvallend verschil tussen de producten is verder dat de variabele uitkering bij Aegon en Allianz kan dalen als de levensverwachting verder oploopt. Delta Lloyd en Nationale Nederlanden verzekeren dit langlevenrisico.
 

Voor Aegon is het een bewuste beslissing om veel in zakelijke waarden te beleggen, zegt Frits Bart, directeur Beleid. ‘Vaak hebben mensen ook een db-regeling die minstens een even groot kapitaal vertegenwoordigt als de dc-regeling. Dat zien we als risicovrije belegging. Daarnaast hebben mensen nog AOW. Dat is nog eens eenzelfde waarde. Ook dat zien we als risicovrije belegging. Als je de 66% zakelijke waarden daartegen afzet, blijft er een derde van over. Zoveel heb je wel nodig, wil je voordeel hebben van doorbeleggen.’
 

De andere drie aanbieders leggen meer nadruk op zekerheid. ‘We willen dat de gewone man met een dc-uitkering rustig kan slapen als hij gepensioneerd is’, aldus Bram Overbeek van Allianz. ‘We willen niet dat iemand onaanvaardbare risico’s loopt. We hebben heel nadrukkelijk gekeken naar een glijpad dat niet te risicovol is en schokbestendig.’
 

Bij Allianz lopen deelnemers na twintig jaar geen beleggingsrisico meer. Overbeek: ‘Als mensen ouder worden, is het potje dat in hoogte kan variëren zo klein geworden dat beleggen eigenlijk geen toegevoegde waarde meer heeft. Daarom klikken we de uitkering dan vast.’
 

Bij Nationale Nederlanden hebben deelnemers vanaf 85-jarige leeftijd een volledige vaste uitkering. Delta Lloyd bouwt het beleggingsdeel na 85-jarige leeftijd in negen jaar af.
 

Terreurdaad
 

Delta Lloyd is de enige die schokken in de uitkeringshoogte dempt. De verzekeraar smeert positieve en negatieve meevallers uit over een periode van vijf jaar. Bij oudere deelnemers is deze periode korter. Een spreidingsperiode van vijf jaar is het maximum dat op dit moment wettelijk is toegestaan. Er ligt een wetsvoorstel om de periode te verdubbelen naar tien jaar, maar dat moet het parlement nog behandelen. De andere drie aanbieders kiezen niet voor spreiding van schokken.
 

Volgens Koopmans van LCP kunnen uitkeringen zeker bij risicovolle profielen sterk fluctueren. ‘Als aandelen 25% in waarde dalen, dan levert een deelnemer bij Aegon ruim 16% van zijn kapitaal in.’
 

Overigens wijst Aegon nadrukkelijk op de risico’s. ‘Het kan zijn dat uw beleggingen ineens zéér sterk in waarde dalen. Door een crisis zoals we in 2008 meemaakten. Of door een terreurdaad’, zo valt te lezen bij de veelgestelde vragen.
 

Rente bepalend
 

De belangstelling voor een variabele uitkering is het grootst bij Allianz. De helft van de mensen die een uitkering aankoopt, kiest inmiddels voor een variabel deel. De combinatie 25% variabel en 75% vast is het minst in trek. Ook ligt het aantal afgesloten polissen flink hoger dan in dezelfde periode een jaar eerder. Aantallen wil Overbeek niet noemen. Hij wil wel kwijt dat de gemiddelde koopsom voor variabele uitkeringen een stuk hoger ligt dan voor vast pensioen: €300.000 tegen €95.000.
 

Volgens Bart is dit bij Aegon ook het geval. ‘Gemiddeld is de koopsom twee keer zo hoog.’ Begin april hadden honderd mensen een offerte voor variabel geaccepteerd, tegen zo’n duizend voor vast, zegt hij. ‘We hadden hogere belangstelling verwacht.’ Nationale Nederlanden noemt de animo naar verwachting. Sinds de introductie in januari hebben ruim 150 mensen een offerte opgevraagd, waarvan 20% heeft geaccepteerd. Zo’n 700 mensen kochten in die tijd een vaste uitkering. Delta Lloyd doet geen mededelingen over de aanvragen die zijn gedaan en evenmin over de verwachtingen.
 

Bart rekent op toenemende belangstelling, omdat de markt nog niet is volgroeid. Nationale Nederlanden stelt dat elke voorspelling lastig is, onder meer vanwege de invloed van de rente. Ook Overbeek noemt de rente als bepalende factor. Risico nemen moet wel lonend zijn, zegt hij. ‘Als de rente stijgt naar 7% of 8% dan kiezen nog maar weinig mensen voor doorbeleggen.’