‘We kunnen ons een agressief beleggingsbeleid veroorloven’

  • Mariska van der Westen, Fotografie Peter Strelitski
  • 04 mei 2017

Het Mars pensioenfonds is een buitenbeentje in Nederland dat dwars tegen de trend in een agressief beleggingsbeleid blijft voeren. ‘Ons model werkt bij de gratie van vertrouwen en een goede governance’, zegt cio Fred Nieuwland.


Fred Nieuwland bestierde vanuit het Brabantse Veghel acht jaar lang het vermogensbeheer voor onder meer het Nederlandse Mars pensioenfonds. In 2015 verhuisde hij naar de Verenigde Staten en werd hij chief investment officer voor moederbedrijf Mars en de wereldwijde Mars-pensioenfondsen. Pensioen Pro sprak met hem over z’n overstap en het wel en wee van ‘zijn’ pensioenfondsen.
 

Een beleidsdekkingsgraad van 125%. In 2015 een netto rendement van 6,6%, terwijl het gemiddelde Nederlandse pensioenfonds toen bleef steken op 0,6%. Het Mars Pensioenfonds toont klinkende cijfers. Wat maakt dit fonds zo bijzonder?
 

‘Eén belangrijk aspect is dat wij het geluk hebben van een heel sterke sponsor. Ondernemingspensioenfondsen in Nederland worden wel eens vergeleken met reuzen die op de schouders zitten van dwergen. Daar is bij Mars geen sprake van. Dit is een financieel krachtige multinational die wereldwijd zo’n vijftien db-regelingen in de lucht houdt, met daarnaast hybride regelingen en een groeiend aantal pure dc-regelingen. In die laatste categorie komt er door acquisities bijna elke maand wel een bij.’
 

‘Eens per kwartaal rapporteer ik over de financiële situatie van de belangrijkste fondsen aan een subcommissie van de raad van bestuur van Mars. Die heeft vijf leden, onder wie drie familieleden. Natuurlijk is de hoogte van de premies een belangrijk onderwerp, zoals bij elke multinational. Maar dit is een familieonderneming en het uitgangspunt blijft de sociale gedachte: “We willen onze toezeggingen kunnen waarmaken”. Als het nodig is, zal het bedrijf bijstorten of de contributies verhogen om de pensioenfondsen solvabel te houden.’
 

‘Dat is een sterk convenant, en dat zeg ik niet zomaar. We laten dit toetsen door een externe partij, meestal een van de vier grote accountants. In bijvoorbeeld het Britse toezicht legt dat gewicht in de schaal: men onderkent dat we ons een agressief beleggingsbeleid kunnen veroorloven omdat we een solide convenant hebben met een sponsor-onderneming die in tijden van nood kan en zal bijspringen.’
 

In Nederland gebeurt dat niet?
 

‘Mijn indruk is dat DNB er geen voorstander van is om je daar op te verlaten. DNB is meer de mening toegedaan: als het morgen misgaat met de sponsor-onderneming, moet je als pensioenfonds toch aan je verplichtingen kunnen voldoen.’
 

Voor een aantal fondsen was dat een reden om naar België te verhuizen. Hoe zit dat bij jullie?
 

‘Wij hebben ook met dat idee gespeeld. Wij zijn tot de conclusie gekomen dat het niet zo gek veel oplevert. We hebben een goede relatie met DNB – alhoewel een streng zakelijke relatie – en zien er weinig heil in om DNB in te ruilen voor een toezichthouder die we minder goed kennen.’
 

Maar jullie voeren wel een behoorlijk agressief beleggingsbeleid: 48% in aandelen en flinke allocaties aan alternatives. Levert dat geen lastige discussies op met de toezichthouder?
 

‘We zijn nooit bang geweest om de dialoog met DNB aan te gaan en ons standpunt duidelijk te maken. Tot nu toe gaat dat goed, omdat we de governance rond ons vermogensbeheer goed op orde hebben. Maar we zijn ons er scherp van bewust dat die governance cruciaal is.
 

‘We hebben in Europa zeven db-pensioenfondsen, en de beleggingscommissies die verantwoordelijk zijn voor hun beleggingen vormen een personele unie. De samenstelling van die commissie is in de afgelopen vijf jaar niet wezenlijk gewijzigd. Dan bouw je kennis en ervaring op, dan weten mensen welke vragen er gesteld moeten worden: dan kun je slagen maken. De resultaten zijn ernaar. We hebben voor alle fondsen de afgelopen vijf jaar de outperformance behaald waar we op mikten.’
 

‘Maar het kan een keer kenteren, zo realistisch moet je zijn. Als het vertrouwen ooit zoek raakt, of als het convenant met de sponsor niet langer solide is, of als het governancebudget in termen van tijd, motivatie en energie van de bestuurders sterk zou verminderen, dan is duidelijk dat we niet op dezelfde voet door kunnen gaan.’
 

Wat vind je het meest fascinerende aan je werk sinds je de overstap naar de VS hebt gemaakt?
 

‘Het meest fascinerende, en tegelijkertijd frustrerende aspect van deze baan, vind ik dat je erachter komt dat de regels overal anders zijn. We weten allemaal dat een Amerikaanse dekkingsgraad iets anders is dan een Nederlandse dekkingsgraad, die weer anders is dan een Britse dekkingsgraad. Maar het gaat verder dan dat.’
 

‘Neem bijvoorbeeld dc-regelingen. In Nederland moet je voor iedere deelnemer jaarlijks kijken of zijn assetallocatie nog aansluit bij het risicoprofiel. Daar zijn we vrij paternalistisch in: als iemand van in de twintig alleen in geldmarktfondsen zit, of iemand halverwege de zestig vol in emerging-marketaandelen zit, dan moet je daar als pensioenbestuur iets mee. Maar in Zweden heb je als pensioenbestuur op individueel niveau niet eens inzicht in waar mensen in beleggen, want dat valt daar onder de privacywetgeving. Dus als bedrijf kun je niet zeggen: we gaan de governance zo inrichten dat we de allocatie van dc-deelnemers jaarlijks monitoren, want dan loop je in Zweden onmiddellijk tegen een muur aan.
 

‘Of kijk naar vermogensbeheer. In het VK of Nederland hebben fondsen een grote beleggingsvrijheid, maar in landen als Zwitserland of Oostenrijk is dat anders. We kunnen dus niet zomaar voor alle pensioenfondsen van Mars dezelfde beleggingsstrategie uitrollen. Als we onze lokale fondsen willen meenemen in de vaart der volkeren, moeten we in de beheercontracten met asset managers een hele verzameling clausules opnemen die tegemoetkomen aan de regels in al die verschillende landen. Van enige harmonisering van regelgeving is nauwelijks sprake.’
 

In Nederland stappen pensioenfondsen steeds meer over op passief beheer en wordt grote nadruk gelegd op het verlagen van de vermogensbeheerkosten. Mars blijft onverstoorbaar inzetten op actieve strategieën. Jullie totale vermogensbeheerkosten behoren met 1,66% tot de hoogste van het land. Waarom is dat?
 

‘Ook wij voeren de discussie over passief beheer en kostenverlaging. Op efficiënte markten zie ik zeker een rol voor passief beleggen. Het bekende voorbeeld zijn Amerikaanse large cap aandelen: daar voeg je met actief beheer moeilijk iets toe. Maar hoe wil je dat doen met Europese staatsobligaties? Ook zo’n platgetreden voorbeeld, maar daarom niet minder waar: als je daarvoor de index koopt, steek je je geld in de grootste schuldenaren. Of alternatives. Ik zie niet in hoe je daar passief in kunt beleggen.
 

‘Wij geloven dat je met actief beheer op langere termijn waarde kunt toevoegen, maar voorwaarde is wel dat je het tijd geeft. Als je na drie jaar afscheid neemt van een strategie doe je jezelf tekort, omdat je niet de horizon in acht neemt die nodig is om actief beheer succesvol te laten zijn. Je moet de rit tenminste vijf tot zeven jaar uit kunnen zitten, liefst nog langer. Als het pensioenfondsbestuur en de werkgever dat geduld niet kunnen opbrengen, dan kun je er beter niet aan beginnen.’
 

Is de huidige Nederlandse trend naar passief dan een kwestie van kortetermijndenken?
 

‘Daar durf ik geen antwoord op te geven. Maar ik constateer wel dat Warren Buffet een warm pleidooi voert voor passief beheer en zegt dat dat veel geschikter is voor institutionele beleggers. En dan denk ik: nogal logisch dat hij dat zegt. Hij is een actieve belegger, dus hoe meer mensen passief gaan, en hoe meer informatie ongebruikt blijft omdat iedereen de index volgt, hoe beter het voor hem is.’
 

Jullie geloven ook in alternatives, met een allocatie van zo’n 15% aan private equity, private credit en hedgefondsen. Moet je de hoge kosten daarvan voor lief nemen?
 

‘De beloningsstructuur in alternatives en vooral hedge funds moet echt veranderen. Maar uiteindelijk stellen we ons bij elk mandaat de vraag: heeft dit netto toegevoegde waarde voor onze risico-rendementspositie? Dat geldt zowel voor klassieke actieve strategieën als bijvoorbeeld voor hedgefondsen. Ook wij voeren met onze hedgefondsmanagers het debat over kosten. Maar als een mandaat doet wat je beoogt en het levert na aftrek van kosten een positief rendement op, dan blijft dat voor ons aantrekkelijk. Ook als de kosten hoog zijn.’
 

‘Kijk, Nederland heeft de hoogste pensioendeskundigheidsdichtheid ter wereld. Nergens wordt zoveel gepraat en geschreven over pensioen. Met zijn allen maken we het daarmee wel veel complexer dan nodig is. In feite is pensioen heel simpel de som van ingelegde premies en rendement. Als je de premies betaalbaar wilt houden en toch een goed pensioen wilt realiseren, zul je dus een voldoende hoog netto rendement moeten behalen. Daar gaat het om.’


Fred Nieuwland (1965)

2015 – nu chief investment officer Mars Incorporated

2006 – 2015 investment manager Mars Nederland

2004 – 2006 practice leader investment consulting Towers Perrin

2002 – 2004 chief development officer, Pension Factory

1998 – 2002 fondsmanager Noord-Amerika/VS, ABP

1996 – 1998 onderzoeksmanager PanAgora Asset Management

1988 – 1996 promotieonderzoek en docent finance, Universiteit Maastricht

1983 – 1987 studie econometrie, Universiteit Tilburg