Kabinet wilde eind jaren negentig pensioenfondsen al als hoeder BV Nederland

  • FD.nl
  • Pieter Couwenbergh
  • 16 juni 2017

Het zal niet vaak voorkomen dat het onderwerp van een promotie zo actueel is als dat van Frans Overkleeft (1982). De afgelopen maanden stonden de kranten vol van discussies over de positie van de aandeelhouders bij beursgenoteerde ondernemingen, het onderwerp van zijn studie.

Activistisch belegger Elliott zocht steun bij de rechter voor de wens president-commissaris Antony Burgmans van Akzo Nobel te kunnen ontslaan. Bedrijfsveteranen Jan Hommen en Peter Wakkie willen met hulp van de politiek aandeelhouders een jaar lang de mond kunnen snoeren. En afgelopen week riep commissaris Hans Wijers (Shell, Heineken) de politiek op te zorgen dat Nederlandse pensioenfondsen als hoeder van de BV Nederland optreden door strategische belangen te nemen.

Economische bescherming

Wijers idee is niet nieuw. Uit de studie van Overkleeft, waarop de partner bij Nauta Dutilh vanmiddag hoopt te promoveren, blijkt dat politiek, bedrijfsleven en pensioenfondsen eind vorige eeuw in gesprek waren over een economische bescherming tegen overnames, als alternatief voor de in Nederland dominante juridische beschermingsconstructies. Het paste meer in de overheersende gedachte van destijds dat aandeelhouders een disciplinerende functie zouden moeten hebben naar een bedrijfsbestuur, omdat dat zowel de onderneming als haar stakeholders ten goede zou komen.

Toenmalig minister van Financiën Gerrit Zalm (VVD) zag daarbij een belangrijke rol voor Nederlandse pensioenfondsen weggelegd als een stabiele groep kernaandeelhouders, die Nederlandse beursfondsen bij de les zouden houden. Die waren daar op hun beurt toe bereid op voorwaarde dat de ondernemingen meer oog zouden hebben voor aandeelhouders. Het idee was dat de juridische positie van aandeelhouders te versterken zodat deze stabiele aandeelhouders hun disciplinerende rol konden vervullen. Aldus geschiedde met de aanpassing van het structuurregime (waarin de verhouding tussenbestuur, commissarissen en aandeelhouders is geregeld) en met een aantal wettelijke bevoegdheden voor aandeelhouders zoals het agenderingsrecht.

Gat opvullen

Het pakte heel anders uit. Terwijl bijvoorbeeld het ABP zich in 1995 nog ten doel stelde om voor 2000 zijn aandelenportefeuille in Nederlandse beursfondsen te verdubbelen, bleek die in 1999 substantieel gedaald. In de zoektocht naar rendement en risicospreiding werd internationaal belegd. Britse en Amerikaanse beleggers, waaronder activistische hedgefondsen, vulden het gat dat de Nederlandse collega’s lieten. Al in 2006 waren er gevoelens van onbehagen over het nieuwe governance-bouwwerk, vanwege de 'uitverkoop' van Nederlandse beursfondsen.

Ook nu wordt er nagedacht om Nederlandse institutionele beleggers te stimuleren grote belangen te nemen in de BV Nederland. Ditmaal vooral als schild bij ongewenste overnames. Minister Kamp van Economische Zaken studeert op de mogelijkheid, zo liet hij de Tweede Kamer onlangs weten. Wijers voelt wel voor enige druk, zo niet dwang.

Burger ook belegger

Overkleeft heeft zo zijn twijfels. ‘Je verwacht een heilzaam effect van iets dat in het verleden bewezen heeft niet te werken. Het is het soort dilemma dat de voormalige Amerikaanse minister van arbeid Robert Reich beschrijft in zijn boek Supercapitalism. Burgers zijn behalve consument en werknemer ook belegger. Ze willen graag de zekerheid dat hun pensioenuitkering op niveau blijft en met het inperken van het beleggingsbeleid neem je een risico.’

Bestuurder Peter Borgdorff van pensioenfonds PFZW verklaarde zich publiekelijk tegen de suggesties van Wijers en Kamp. Hij liet weten dat pensioenfondsen het naar hun achterban niet kunnen maken om een ongewenst overnamebod met een hoge premie af te wijzen. ‘Het is misschien geen prettige boodschap, maar de argumenten liggen nu tenminste wel duidelijk op tafel’, zegt Overkleeft. ‘Het is aan de politiek om een keuze te maken.’

Omgangsvormen

Een ander terugkerend onderwerp in zijn proefschrift, zijn de omgangsvormen tussen bestuur en aandeelhouders. De relatie is verzakelijkt. Conflicten worden harder uitgevochten, publicitair maar ook in de rechtbank. Het enquêterecht wordt nogal eens ingezet. 'De Ondernemingskamer vervult een waardevolle rol. Maar het is wel de noodrem. Wat doe je in de periode ervoor. Activisten oefenen soms via de publiciteit grote druk uit op een onderneming.'

Overkleeft ziet dat het gerechtshof daar al rekening mee houdt in zijn beschikkingen. Bij Akzo Nobel bijvoorbeeld toonde de Ondernemingskamer begrip voor het feit dat het bestuur niet in gesprek wilde met bieder PPG omdat zo'n gesprek door alle publiciteit niet langer vrijblijvend was. 'We moeten meer aandacht hebben voor het gedrag van aandeelhouders en bieders in deze voorfase. Ik ben wel benieuwd naar de uitwerking van Kamps plannen. Het kan niet zo zijn dat elk conflict maar door de Ondernemingskamer moet worden opgelost. Dat is vanwege de tijd, energie en onrust al helemaal niet in het belang van de belaagde onderneming.'

Vennootschapsrecht

Wat heeft Overkleeft tenslotte zelf geleerd van zijn onderzoek? 'Dat het vennootschapsrecht geen statisch evenwicht is dat in alle tijden functioneert. Het moet rond een harde kern van fundamentele uitgangspunten een flexibele schil hebben om in te kunnen spelen op de voortdurend veranderende omstandigheden en inzichten. Met de Brexit en het nieuwe Amerikaanse protectionisme komt de wereldorde in een andere fase. De Nederlandse overheid staat daarbij voor moeilijke keuzes, onder andere door wel of geen wettelijke beperkingen op te leggen aan overnames. Dat is toch fascinerend.'

'De positie van aandeelhouders in beursvennootschappen. Een analyse van recht, gebeurtenissen en ideeën'. F.G.K. Overkleeft (Wolters Kluwer 2017)

© Sat Jun 24 09:05:41 CEST 2017 Pensioen Pro. Alle rechten voorbehouden.