Pensioenvermogens vormen een veel te groot stuwmeer

  • FD.nl
  • Aart de Vos
  • 27 mei 2016

Onze pensioenvoorzieningen lijken onvoldoende. Tegelijkertijd is er meer geld dan ooit in de pensioenkassen. Zij zijn de grootste ter wereld en verdubbelden de afgelopen tien jaar in omvang tot € 1200 mrd. Toch maken wij ons meer zorgen over ons pensioen dan men elders doet. Hoe kan dat?

Vergelijking met andere landen laat zien dat wij ons in een absurde situatie hebben gemanoeuvreerd. Daardoor heeft dit gigantische vermogen zich als een soort gezwel in onze financiële verhoudingen genesteld, waarbij de vraag is of het goed- of kwaadaardig is. Met de huidige lage rente en grote risico’s op de beurs is wat een zegen leek veranderd in een hoofdpijndossier.

Ik concentreer mij voor de overzichtelijkheid op de vergelijking met Duitsland, dat economisch ongeveer evengoed presteert. Ik zal laten zien dat bij invoering van een stelsel als dat in Duitsland wordt gebruikt bijna € 800 mrd van onze pensioenvermogens overbodig is. Dat is zo immens veel dat details niet ter zake doen.

Er zijn twee redenen waarom wij zulke grote pensioenvermogens hebben. De omkeerregel en de relatief kleine omvang van ons omslagstelsel. De omkeerregel houdt in dat pensioenpremies aftrekbaar zijn en uitkeringen belast. Daardoor is 30% à 40% van de vermogens eigenlijk uitgestelde belasting.

Dat lijkt een beetje door te dringen, maar het duurt lang (ik bracht het argument naar voren op 1 november 1990 in NRC Handelsblad, oud-minister Bert de Vries deed dat in 1995 en sinds een paar jaar is het een bekend argument). Goed voor zo’n € 400 mrd, in principe te innen maar direct gerelateerd aan de overheidsfinanciën en niet aan de pensioenen (die blijven netto gelijk).

Het tweede punt is de discussie over kapitaaldekking versus omslagstelsel. Dat kan je bruto (inclusief uitgestelde belasting) of netto beschouwen. De twee aspecten zijn geheel onafhankelijk. Onze pensioenvermogens zijn een reusachtig stuwmeer waar op het ogenblik ongeveer evenveel geld instroomt (de premies) als er uit stroomt (de uitbetalingen). Als we het stelsel niet veranderen blijft dat stuwmeer eeuwig bestaan.

Het geldpeil stijgt en daalt met de beurs en de rente, maar de instroom en de uitstroom blijven ongeveer gelijk. De zin van het stuwmeer is niet helemaal duidelijk, je kunt hopen dat het peil vanzelf omhoog gaat, zoals in de negentiger jaren en je zorgen maken als het maar niet wil stijgen (zoals nu). De uitstroom kan tijdelijk wat hoger zijn dan de instroom, maar dat heeft naar verhouding weinig effect.

Landen als Frankrijk en Italië hebben helemaal geen stuwmeer. Die hebben een omslagstelsel. De premies gaan direct naar de uitkeringen. De jongeren betalen voor de ouderen en gaan er van uit dat de volgende generatie weer voor hen zal betalen. Duitsland heeft een klein stuwmeer. Daar wordt 80% van de pensioenen gefinancierd met het omslagstelsel en 20% met kapitaaldekking. En er is maar weinig kritiek op het zogeheten ‘Generationsvertrag’ dat hieraan ten grondslag ligt.

Nederland heeft ongeveer 50% kapitaaldekking. De uitkeringen van AOW (omslag) en pensioenfondsen bedragen beide ongeveer € 30 mrd per jaar. De pensioenen stijgen meer dan de AOW en zo komen we straks zelfs boven de 50%. Maar het systeem kraakt in zijn voegen. We eisen dat alle toekomstige uitkeringen gedekt zijn. Dat is onder de huidige omstandigheden niet haalbaar. De pensioenen worden in reële termen gekort door geen inflatiecorrectie toe te passen en het dreigt nog erger te worden.

Een spectaculaire oplossing is het grotendeels overnemen van het Duitse systeem. We gaan van 50% omslag naar 75%. Nog altijd meer dekking dan onze buren. We voeren naast de AOW de BOW in, de Bijzondere Ouderdomswet. (Wie A zegt moet ook B zeggen).

De BOW regelt de helft van de pensioenaanspraken en is gebaseerd op omslag, net als de AOW. De totale premies blijven gelijk. De pensioenfondsen blijven aansprakelijk voor de andere helft, ongeveer 25% van het totaal. De helft van hun vermogens is dus niet meer nodig, € 600 mrd waarvan ongeveer € 200 mrd uitgestelde belasting.

Als we ook de omkeerregeling afschaffen voor de resterende pensioenen, nog eens € 200 mrd, dan resteert € 400 mrd voor de pensioenfondsen, € 400 mrd voor de staat en € 400 mrd om het wantrouwen over pensioenen weg te nemen en de toekomstige generatie vertrouwen te laten krijgen in het generatiecontract. Investeringen in onderwijs en infrastructuur zijn voor de hand liggende doelen. Meer omslag betekent dat je meer afhankelijk wordt van de inkomsten van volgende generaties. Daar moet dus in geïnvesteerd worden.

Mooi is ook dat omslag in principe waardevast is. Natuurlijk zijn er problemen als we steeds minder kinderen krijgen en steeds ouder worden. Dus compleet potverteren is onverstandig. Maar er is meer dan genoeg geld voor een deltaplan voor onze pensioenen en onze economie.

Geleidelijk toegroeien naar een situatie als boven beschreven is het devies. Als je 5% van de € 800 mrd per jaar uitvoert is dat € 40 mrd per jaar aan positieve dingen, en dat dus 20 jaar lang.

Dr Aart F. de Vos is oud-universitair hoofddocent econometrie Vrije Universiteit.

© Sat Jun 24 09:03:34 CEST 2017 Pensioen Pro. Alle rechten voorbehouden.